Communiceren met plustaal

door Maroucha

We schreven eerder al dat kinderen door een positieve opvoeding zich niet alleen beter ontwikkelen, je biedt ze ook een veilige plek om in op te groeien. Maar hoe pas je dat toe als je kind ook soms wat grenzen nodig heeft of iets doet wat niet mag, maar je jouw kind toch positief wilt benaderen? Wij hebben de oplossing, communiceer met je kind in de vorm van ‘plustaal’. In deze blog lees je wat plustaal is en hoe je dit kunt toepassen in de opvoeding!

Mintaal

In ons dagelijkse taalgebruik sluipen soms onbewust negatieve woorden binnen, denk hierbij aan ‘niet, nooit, slecht, fout, dat was goed maar…’ en nog veel meer. Dit noemen we mintaal. Wet denken dat we moeten benadrukken wat er fout gaat, als we iemand iets willen leren. Maar eigenlijk ontmoedig je je kind vooral om het anders te doen en je bereikt ook niet direct wat je verwacht. Daarbij onthouden jonge kinderen vaak alleen het laatste woord wat je zegt, dus als je tegen jouw kind in bad zegt “Alles wordt nat, niet spetteren!”, denkt jouw kleine waarschijnlijk “Oh spetteren, leuk!” en gaan nóg meer spetteren. Dat werkt dus averechts…

Plustaal

Probeer daarom eens te communiceren met plustaal. In plaats van op te noemen wat allemaal niet mag, probeer je in één duidelijke en concrete boodschap over te brengen wat wél mag. Bijvoorbeeld “Het water blijft in het bad.” Met plustaal focus je je vooral op wat wel kan of mag en benader je je kind op een positieve manier. Dit werkt ook weer door in een positief zelfbeeld, waardoor kinderen zich ontwikkelen tot een zelfstandig persoon met een gezonde dosis zelfvertrouwen.

Het is misschien even wennen om je manier van spreken aan te passen, zowel voor jezelf als voor je kind. Maar vergeet niet dat kinderen geen robots zijn, die je even kan her-programmeren. Met plustaal probeer je vooral het beste in hen naar boven te halen. Dat je soms nog even terugvalt in oude patronen is logisch, omdat je het vaak ook niet van huis uit hebt meegekregen. Maar hoe vaker je het doet, hoe meer het een tweede natuur kan worden.

10 voorbeelden om te communiceren met plustaal

  • Niet in huis rennen! -> Rennen doen we buiten.
  • Niet schreeuwen! -> In huis praten we met een rustige stem.
  • Niet springen op de bank! -> Op de bank zitten we, springen doen we op de grond.
  • Niet met je mond vol praten! -> Zodra je mond leeg is mag je wat vertellen.
  • Je mag niet van tafel! -> Wij blijven zitten tot we allemaal ons bord leeg hebben.
  • Wat had ik gezegd, niet op de iPad! -> Je game-tijd is voorbij, na het eten kun je nog een half uurtje op de iPad.
  • Niet gooien met eten! -> Het eten laten we op je bordje of in je buikje.
  • Eerst opruimen, anders mag je geen TV kijken! -> Als je hebt opgeruimd, mag je nog even TV kijken.
  • Niet door de plassen lopen! -> We lopen om de plassen heen.
  • Kijk uit dat je beker niet valt! -> Houd je je beker goed vast?

Heb jij plustaal al eens geprobeerd en/of heb je nog meer goede voorbeelden? Laat het ons weten in de comments!

Reageer

Jouw e-mail wordt niet zichtbaar gemaakt op de website,
velden met een * zijn verplicht.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.