Project Kinderopvang: 5 tips

door Gastblogger

Na zo’n 16 weken zwangerschap maakte ik me op voor een belangrijk project. Project Kinderopvang. Aangezien je meer dan de helft van je salaris en belangrijker nog: je meest waardevolle bezit er naar toe brengt, leek het me wel de moeite grondig onderzoek te doen naar de beste keus. Gewapend met Excel-sheets bracht ik alle kinderdagverblijven in de omgeving in kaart: afstand tot huis, bereikbaarheid, parkeergelegenheid, beschikbaarheid, tarieven en de belangrijkste beleidspijlers. Alles nam ik onder de loep. Onze top drie kreeg een hoogstpersoonlijk bezoek van ‘vadertje en moedertje’ in spé.

Ratio en onderbuikgevoel

Quasi serieus spraken we met de algemeen directeur over de behoeftes van ons nog ongeboren kind en probeerde we datzelfde kind te visualiseren in de ruimte om ons heen. Op rationele gronden en een goed onderbuikgevoel maakten we een keuze. Nog geen negen weken na de bevalling, tijdens het eerste wenuurtje, bleek mijn grondige onderzoek volstrekt zinloos. Mijn onderzoek was namelijk gebaseerd op een vanzelfsprekendheid dat mijn mensje in wording tijdens mijn verplichte arbeidsuren lekker zou gaan spelen op de crèche. Dat deden alle kinderen toch?! Maar toen ik daar stond op m’n eerste wenafspraak met m’n pasgeboren baby dicht tegen me aan kwam mijn hele moedersysteem hiertegen in opstand. Negen weken en dan al loslaten, dat is toch nog veel te ienieminie?

Dag Excel!

M’n tranen priemden in hun buisjes, m’n keel knelde en m’n maag maakte salto’s. Door mijn ‘hormonale-moeder-bril’ zag ik opeens overal baby’s ‘hulpeloos spartelen’ in de pedagogische verantwoorde grondbox die zo prachtig hun visie op ontwikkeling vertegenwoordigde of hoorde ik ze luid brullen. Met buikpijn droop ik af. Ik was vastberaden: dit doe ik niet. Als een reddende engel was daar Oma en heb ik het eerste kwetsbare jaar op die manier crècheloos kunnen opvangen. Ik bofte, want Oma’s zijn geen vanzelfsprekendheid. Bij mijn nummer twee was Oma ineens zelf overgeleverd aan de reddende engelen om überhaupt een Oma te kunnen blijven, dus zat oppassen er echt even niet in. Met wat gezond eelt op mijn moederhart pakte ik Project Kinderopvang dit keer anders aan. Excel ging overboord. Met goed verstand, maar vooral een overheersend goed gevoel werden knopen doorgehakt. Dat we onze kroost zo debiel vroeg moeten achterlaten vind ik nog steeds onnatuurlijk. Maar soms zijn er geen andere opties. Dan kan je niet anders dan kiezen voor het beste. Ik geef je vijf tips uit eigen ervaring die mij hebben geholpen deze keuze zo goed mogelijk te maken.

#1 Volg je hart

Het volgen van je hart staat echt op één. De rest is meer rationeel bepaald, wel belangrijk maar zou nooit lijdend moeten zijn. Je gevoel wel. Laat een moederinstict nou eens oersterk zijn, maak daar ook gebruik van. Neem er ook echt de tijd voor, ga desnoods nog een keer terug bij een vestiging om te kijken of je gevoel nog steeds hetzelfde is. Op een ander tijdstip, bij andere leidsters en op een andere groep. Ga ook gewoon eens een tijdje op een groep zitten en observeer wat je allemaal ziet en hoort. Echt, je bent geen zeikerd als je dat zo doet. Je bent gewoon een liefdevolle moeder die de fijnste plek zoekt voor haar kind. Basta.

#2 Onderzoek de opties

Het kinderdagverblijf is maar één van de opties wat kinderopvang betreft. Bevalt het concept je niet? Je kunt ook denken aan gastouders of oppas aan huis. Zet de voordelen en nadelen per optie eens naast elkaar, en kijk wat het beste past bij jullie als gezin en jullie werksituatie. Durf ook out of the box te denken. Het is jouw kind, jij bepaalt wat werkt.

#3 Ken je eigen voorkeuren

Begin, nog voordat je aan het googlen gaat, eens samen te brainstormen over wat je écht belangrijk vindt en hoe je de ideaalsituatie voor je ziet. Wat is jullie visie op belangrijke thema’s als voeding, flexibiliteit, regelmaat, sfeer, omgeving, spel, veiligheid etc. Schrijf het op. Het gaat je helpen in je zoektocht, echt.

#4 Praat

Verken je netwerk, ga eens na of je mensen kent met kinderen op het kinderdagverblijf (van jouw keuze). Praat met ze. Hoe gaat het daar? Waar hebben zij op gelet? Wat vinden ze fijn en wat minder? Hoe is het contact met de leidster en de andere kindjes? Zorg anders dat je een keer op bezoek gaat bij de jouw opvang naar keuze aan het eind van de middag, als de kinderen gehaald worden en raak in gesprek met andere ouders. Maar praat ook met de leidster als je de rondleiding doet, of nog beter, met de oudste kindjes.

#5 Google

Ik zou het zeker niet nalaten om goed wat speurwerk te doen, ook al is het maar op jezelf gerust te kunnen stellen dat je er echt alles aan hebt gedaan. Op het internet vind je meer informatie dan goed voor je is, dus ik raad je wel een gezond filter aan. Desalniettemin staan er tal van nuttige lijstjes waar je allemaal op kan letten en je leert meteen veel over ‘crèchetaal’. Denk hierbij aan horizontale of verticale groepen, dat soort dingen. Ook wat betreft keurmerk en referenties zou ik je ‘Sherlock Holmes talenten’ inzetten. Just to be sure.

 

ElineEline (30) is gelukkig met Ronen en moeder van twee heerlijke dochters Sarah (4) en Eden (0). Eline droomde altijd van het moederschap en geniet er ook ontzettend van. Tussen het genieten door heeft ze ook wel eens last van ‘off days‘ en dan houdt humor, relativeringsvermogen en liefde haar op de been. Eline vindt het leuk om te schrijven over wat haar als moeder en mens bezighoudt, beweegt en opvalt.

Reageer

Jouw e-mail wordt niet zichtbaar gemaakt op de website,
velden met een * zijn verplicht.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.